Immunotherapie

Gemetastaseerd blaascarcinoom heeft een slechte prognose; de 5-jaars overleving is vrijwel nihil. De behandeling van keuze voor het gemetastaseerd blaascarcinoom is chemotherapie (platinum-houdend). Dit geeft, afhankelijk van de aanwezigheid van bepaalde risicofactoren, een zekere mate van overlevingswinst. Bij terugkeer of voortschrijden van de kanker, ondanks platinumhoudende chemotherapie, zijn er geen standaard behandelingen voor handen. Recent is er wetenschappelijk bewijs gevonden dat behandeling met bepaalde immunotherapie (PD1- en PDL-1 remmers) mogelijk effectief is bij patiënten met een gemetastaseerd blaascarcinoom.

 

Afweersysteem

T-cellen zijn afweercellen die een belangrijke rol spelen binnen het afweersysteem, ook wel immuunsysteem genoemd. Deze T-cellen herkennen kleine stukjes eiwit aan de buitenkant van cellen die anders zijn dan bij normale cellen. Cellen die geïnfecteerd zijn met een virus hebben bijvoorbeeld zulke stukjes eiwit aan de buitenkant. Deze cellen worden door T-cellen aangewezen als ongezond waarna ze vernietigd kunnen worden.

Op deze manier kunnen de T-cellen soms ook kankercellen herkennen. Kankercellen hebben veranderingen in het erfelijk materiaal, het DNA. Deze veranderingen zorgen voor het afwijkende gedrag van een kankercel zoals het continue blijven delen van de cel. Maar leiden dus ook tot afwijkende stukjes eiwit aan de oppervlakte van de cel.

Helaas ziet het afweersysteem kankercellen vaak als niet gevaarlijk. Ze lijken bijvoorbeeld teveel op gewone cellen of kunnen zich als het ware onzichtbaar maken. Het afweersysteem komt dan niet in actie. Soms reageren T-cellen wel, maar slagen ze er niet in om de kankercellen goed op te ruimen. Bijvoorbeeld omdat de kankercellen signalen geven aan de T-cellen om niet in actie te komen.

 

 

 

 

Voor een goede afweerreactie door T-cellen tegen kankercellen zijn er 2 dingen nodig:

  • De kankercellen moeten stukjes eiwit laten zien aan hun oppervlakte die anders zijn dan bij gewone cellen. Dit zorgt ervoor dat T-cellen kunnen zien dat het hier niet gaat om gewone cellen.
  • Er moet geen rem zitten op de activiteit van de T-cellen.

Dit zijn precies de 2 eerder genoemde werkingen die immunotherapie kan hebben. de bijwerkingen van de immunotherapie vooralsnog relatief mild te zijn.

Hoe werkt immunotherapie?

Immunotherapie kan op 2 manieren werken:

  • Het maakt kankercellen zichtbaar voor het eigen afweersysteem.
  • Het versterkt of verandert de activiteit van het eigen afweersysteem.


De meest ontwikkelde vorm van immunotherapie zijn de monoklonale antilichamen. Monoklonale antilichamen zijn eiwitten (afweer- of antistoffen) die in het laboratorium worden ontwikkeld. Ze worden zo gemaakt dat ze specifieke eiwitten op de buitenkant van kankercellen kunnen herkennen en eraan binden. Deze eiwitten zijn vaak betrokken bij communicatie tussen verschillende cellen. Na binding aan deze eiwitten hebben monoklonale antilichamen 1 of allebei van de 2 bovenstaande werkingen:

  • Of uw eigen afweercellen binden aan de antilichamen op de kankercellen. Hierna kunnen de afweercellen de kankercellen vernietigen.
  • Of de antilichamen versterken het eigen afweersysteem.

 

Cytokinen (en veel van de andere vormen van immunotherapie, waaronder ook de experimentele vormen) werken op de 2e manier. Ze versterken of veranderen de activiteit van het eigen afweersysteem tegen de kankercel.